Persmededeling van Wouter Beke, Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

  • 5 december 2019

Bevolkingsonderzoek naar kanker werkt: steeds minder gevorderde dikkedarmkankers in Vlaanderen

* De belangrijkste cijfers uit het jaarrapport vindt u als bijlage bij dit bericht. *

  • Aantal gevorderde darmkankers (stadium II,III en IV) in Vlaanderen lager dan voor de start van het Bevolkingsonderzoek in 2013
  • Minder gevorderde borstkankers bij vrouwen die zich regelmatig laten screenen
  • Deelname van jonge vrouwen aan het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker daalt

Het preventiebeleid rond kanker van de Vlaamse overheid werpt zijn vruchten af. Dat blijkt uit het jaarrapport 2018 van het Centrum voor Kankeropsporing en Stichting Kankerregister die de bevolkingsonderzoeken naar kanker uitvoeren in opdracht van de Vlaamse overheid. Zo ligt het aantal gevorderde dikkedarmkankers in Vlaanderen voor het eerst lager dan voor de start van het bevolkingsonderzoek in 2013. Ook komen er minder vergevorderde borstkankers voor bij vrouwen die zich regelmatig laten screenen in vergelijking met vrouwen die nooit deelnemen. Dat de deelname aan het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker daalt bij jonge vrouwen (25j-29j) is daarentegen wel een aandachtspunt. 

Minister Wouter Beke: “Dankzij onze Bevolkingsonderzoeken Borst-, Dikkedarm- en Baarmoederhalskanker krijgen jaarlijks meer dan 1.400.000 Vlamingen de uitnodiging om zich te laten onderzoeken. We zien dat die onderzoeken erin slagen kankers in een vroeg stadium op te sporen, zodat de mensen een betere genezingskans hebben. Maar we moeten blijven zoeken naar manieren om mensen goed te informeren en zich te laten screenen.” 

Bevolkingsonderzoek Dikkedarmkanker: aantal gevorderde dikkedarmkankers daalt maar verhogen deelname en correcte opvolging blijken belangrijker dan ooit.

Maar liefst 75% van de kankers die gevonden worden bij deelnemers aan het bevolkingsonderzoek hebben een vroegtijdig (in situ of stadium I) en dus goed behandelbaar stadium. Bij niet-deelnemers is dit voor ‘slechts’ 41% van de gediagnosticeerde kankers het geval.

Recente cijfers van de Stichting Kankerregister voor 2017 tonen dat het aantal gevorderde dikkedarmkankers (stadium II, III en IV) in Vlaanderen daalt en voor het eerst lager ligt dan het aantal van voor de start van het Bevolkingsonderzoek in 2013. Isabel de Brabander, manager Screening Stichting Kankerregister: “Deze cijfers vormen een eerste indicatie dat door het opsporen van dikkedarmkanker in een vroegtijdig stadium, het voorkomen van meer gevorderde dikkedarmkankers in Vlaanderen afneemt. Ook het aantal voorlopers van dikkedarmkanker (poliepen) die gevonden en weggenomen worden sinds de start van de screening blijft hoog. Hierdoor verwachtten we een nog verdere daling van het aantal invasieve kankers de komende jaren”.

Om deze gunstige impact van het bevolkingsonderzoek verder te verhogen is het belangrijk om nog meer in te zetten op deelname aan dikkedarmkankerscreening. Vanaf volgend jaar worden ook de 50-jarigen uitgenodigd om deel te nemen.

Bevolkingsonderzoek Borstkanker: vergevorderde borstkankers komen minder voor bij vrouwen die zich regelmatig laten screenen.

Vrouwen van 50 tot en met 69 jaar worden om de 2 jaar uitgenodigd om deel te nemen aan het Bevolkingsonderzoek Borstkanker. Met een dekkingsgraad van 62,5% zit Vlaanderen bijna op de Europese richtlijn. Ook hier bewijst preventief screenen zijn nut: bij vrouwen die zich (binnen of buiten het bevolkingsonderzoek) laten screenen komen er significant meer vroegtijdige borstkankers en significant minder vergevorderde borstkankers voor dan bij vrouwen die zich nooit laten screenen. Dit blijkt uit een recente studie van de Stichting Kankerregister. Uit deze studie blijkt ook dat het risico op nadelen van screening zoals overdiagnose en vals positieve resultaten hoger ligt voor screening buiten het bevolkingsonderzoek.

Dr. Patrick Martens, directeur Centrum voor Kankeropsporing: “Onze gegevens tonen bovendien aan dat ongeveer 15% van de vrouwen uit de doelgroep nog nooit deelnam aan eender welke manier van borstkankerscreening. We zetten ons verder in om deze vrouwen toch te bereiken. Daarnaast valt het op dat het programma van hoge kwaliteit is en een vaste waarde is geworden in Vlaanderen, en dat screening buiten het programma aan populariteit verliest.”

Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker: meer aandacht nodig voor jonge vrouwen die nog nooit een uitstrijkje hebben laten nemen.

We streven er tegen 2020 naar dat 65% van de vrouwen van 25 tot en met 64 jaar zich driejaarlijks te laten screenen voor baarmoederhalskanker d.m.v. een uitstrijkje. In 2018 voldeed 63,2% hieraan.

Dr. Patrick Martens: “Wat ons verontrust is dat de deelname bij de jongste vrouwen (25-29j) gestaag daalt. In 2013 had 64,8% van de vrouwen in deze leeftijdscategorie nog een driejaarlijks uitstrijkje laten nemen, in 2018 is dat nog maar 60,7%. We vragen aan huisartsen en gynaecologen om tijdens een consult voor anticonceptie ook een preventief uitstrijkje ter sprake te brengen”.  

In tegenstelling tot de jongste leeftijdsgroep stijgt de deelname in de oudere groep in het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker wel. Mogelijks speelde de aandacht over het nut van een uitstrijkje na de menopauze in de campagnes hierbij een rol. Daarom is het ook belangrijk en aangewezen om nu de jongste groep te informeren over het blijvende nut van screening ook na vaccinatie. Verder blijven we ons inzetten om de 14% vrouwen die zich nog nooit preventief heeft laten onderzoeken, toch te bereiken.

Bijkomende acties voor personen met een handicap of in kwetsbare maatschappelijke situaties

Het CvKO gaat bijkomende acties opzetten om de dekkingsgraad van de bevolkingsonderzoeken verder te verbeteren en dan in het bijzonder naar personen met een verstandelijke of lichamelijke handicap en naar personen in kwetsbare maatschappelijke situatie. Zo zal er aangepast informatie- en sensibilisatiemateriaal worden ontwikkeld voor personen met een handicap. Daarnaast loopt er in een aantal gemeenten een proefproject dat er specifiek op gericht is om personen in een kwetsbare maatschappelijke situatie beter te bereiken.

Perscontact

Dr. Patrick Martens – directeur CvKO- patrick.martens@bevolkingsonderzoek.be

Mevr. Katia Emmerechts – SKR: 02/2501010 – katia.emmerechts@kankerregister.org

 

Over het Centrum voor Kankeropsporing

Elk jaar krijgen meer dan 1,54 miljoen mensen in Vlaanderen een uitnodiging om zich preventief te laten onderzoeken op borstkanker, dikkedarmkanker en baarmoederhalskanker. Vroegtijdige opsporing vergroot de kans op genezing en beperkt de impact van de behandeling. Het Centrum voor Kankeropsporing organiseert de bevolkingsonderzoeken in opdracht van de Vlaamse overheid. Het verstuurt de uitnodigingen, bewaakt de kwaliteit, en informeert de bevolking objectief over voor- en nadelen van de bevolkingsonderzoeken.

Bijlage: belangrijkste cijfers uit het jaarrapport 2018

Cijfers Bevolkingsonderzoek Dikkedarmkanker

668.674 personen ontvingen een stoelgangtest.

51,5% van hen stuurden een staal terug.

Het percentage trouwe deelnemers aan twee opeenvolgende uitnodigingsronden bedraagt 88,6%, aan drie uitnodigingsronden 95,4%.

Het aantal nieuwe instappers (na niet deelname in vorige ronde) bedraagt 9,9%.

De totale dekkingsgraad bedraagt 64,1%. Dit wil zeggen dat 35,9% van de doelgroep nog niet is bereikt (waarvan 27,3% nooit-deelnemers zijn), rekening houdend met het aantal mannen en vrouwen dat zich laat onderzoeken buiten het bevolkingsonderzoek of niet hoeven deel te nemen, bv. al coloscopie gehad in de afgelopen 10 jaar of wegens in behandeling voor dikkedarmkanker.

Bij 5,3% (16.905 personen) bleek er te veel bloed in de stoelgang en werd een coloscopie aanbevolen.

Bij 83,5% van die afwijkende resultaten volgde een coloscopie (cijfers 2017, 2018 nog onvolledig). Bij 25% van de personen gebeurde dit binnen de 29 dagen (cijfer 2017, 2018 nog onvolledig).

74,8% van de kankers gevonden door de screening hebben een vroegtijdig en dus goed behandelbaar stadium (stadia 0, 1) vergeleken met slechts 40,9% van de kankers gevonden bij niet-deelnemers aan het Bevolkingsonderzoek.


Cijfers Bevolkingsonderzoek Borstkanker:

In 2018 werden er 406.526 brieven verstuurd.

Van de volledige doelgroep is 62,5% in orde met de preventieve maatregelen voor borstkanker.

Voor vrouwen die al eens gescreend zijn is 1,9% van de screeningsmammografieën afwijkend. Voor vrouwen met een eerste screening is dit cijfer iets hoger: 4,6%. Dit percentage blijft stabiel sinds 2014.

Cijfers baarmoederhalskanker:

In 2018 werden er 263.773 brieven verstuurd.

Van de volledige doelgroep laat 63,2% zich screenen, met of zonder uitnodigingbrief. De deelname bij de jongste en oudste leeftijdscategorieën vereisen meer aandacht (20-29j: 60,7% - 50-54j: 64,5% - 55-59j: 59,7% 60-64j: 54,1%)

Slechts een minderheid van de uitstrijkjes worden afgenomen door huisartsen (16,2% t.o.v. 83,8% afgenomen door gynaecologen).

Omdat de oudste IMA gegevens m.b.t. hysterectomieën niet verder teruggaan dan prestatiejaar 2002 zijn er in de oudste leeftijdscategorieën van de huidige doelgroep een aanzienlijk aantal vrouwen die een hysterectomie ondergingen en waarvan geen gegevens beschikbaar waren. Om deze ontbrekende gegevens aan te vullen werden alle verzekeringsinstellingen gevraagd om voor zover mogelijk, deze oude facturatiegegevens over te maken. Eind 2018/begin 2019 ontving Stichting Kankerregister van 5 verzekeringsinstellingen bestanden met de gevraagde gegevens.  Ongeveer 20.000 extra vrouwen werden definitief uitgesloten, zodat zij geen onnodige brieven meer zullen ontvangen.

7,2% van de uitstrijkjes is afwijkend. Dit percentage blijft stabiel in de loop van 2013-2017.

De opvolgingsgraad van zowel de afwijkende screeningsstalen als voor de stalen van onvoldoende kwaliteit is er al sterk op vooruit gegaan in de loop van 2013-2017 (van 73% in 2013 tot 81,4% voor afwijkende stalen in 2017; en van 28,5% in 2013 tot 45,8% in 2017 voor stalen van onvoldoende kwaliteit), maar er is nog marge voor verbetering. Om dit te realiseren werd een faalveiligheidsmechanisme opgezet.

Uit de evolutie van de incidentiecijfers over een periode van 15 jaar in Vlaanderen blijkt dat er een daling is van invasieve tumoren ten koste van een stijging van het aantal in situ tumoren. Deze verschuiving is vermoedelijk het effect van screening.

Er is een groot verschil in stadiumverdeling van de invasieve tumoren bij vrouwen die gescreend zijn en vrouwen die nooit gescreend zijn. 68,1% van de tumoren zijn stadium I en slechts 7,8 stadium IV bij vrouwen die voorafgaand aan de diagnose een minstens een screening hadden.